Interview met Marja de Zeeuw — ondertitelaar en vertaler
Interview met Marja de Zeeuw
interview met Marja de Zeeuw, ondertitelaar van het eerste uur bij Broadcast Text Amsterdam
door Bartho Kriek, juni 2003
Lerarenopleiding — Frans tot ‘snuffelstage’
Ik kom oorspronkelijk uit Rotterdam, maar ben opgegroeid in Soest. Ik ging naar het Baarns lyceum omdat ik graag lerares Frans wilde worden, je hebt soms zo van die ideeën. En inderdaad begon ik na het lyceum aan de lerarenopleiding in Utrecht, Frans en Engels. De talen vond ik leuk, maar niet wat je eromheen kreeg aan het eind van het eerste jaar, didactiek en dergelijke. We kregen een zogeheten snuffelstage: voor een brugklas gaan staan leren om een les Frans te geven. Het waren zeer ongemotiveerde kinderen die toen al wisten dat ze Frans toch gingen laten vallen. Ik had op de opleiding allemaal maniertjes geleerd om er een heel interessante les van te maken, maar binnen de kortste keren blijkt dat je gewoon belandt in het systeem van ‘koppen dicht en luisteren’, kinderen uit elkaar halen, ettertjes vooraan zetten enz. Het was nog maar kort geleden dat ik zelf ook zo was geweest, dus zo’n autoritaire rol daar wilde ik niet echt aan. Verder was de vakgroep Frans met al z’n native speakers een ouderwetse, hiërarchische bedoening, waarschijnlijk door het Franse schoolsysteem. Dus na anderhalf jaar ben ik begin december naar de administratie gestapt en heb ik gezegd dat ik niet meer kwam. Zo kreeg ik de helft van m’n collegegeld terug, en had ik m’n ouders tenminste nog iets positiefs te melden.
Binnen een week had ik een baan bij een reisorganisatie als touroperator, vakanties verkopen, maar ook zelf naar de vakantielanden om hotels te bekijken en zo. De meisjes en vrouwen worden in de reiswereld niet goed betaald en niet goed behandeld, terwijl het verantwoordelijk werk is. Ik had dus al gauw iets van: blijf ik dit m’n hele leven doen? En toen ben ik nagegaan wat ik nou echt wilde, en dat was de opleiding in Maastricht, verder met die talen en dan gaan vertalen.
Vertaalopleiding Maastricht
Toen ik in 1985 naar Maastricht ging, bestond de opleiding nog maar een paar jaar. Ze deden niets aan literair vertalen, wat mooi uitkwam omdat je daar toch amper van kon leven, maar waren echt gericht op het bedrijfsleven. De toenmalige directeur wilde graag aansluiting bij de universiteit, waardoor het niveau toen heel hoog was. We hadden ook hetzelfde leersysteem als de universiteit in Maastricht: probleemgericht onderwijs. Je wordt eerst in het diepe gegooid en daarna krijg je pas te horen hoe je moet zwemmen. Wel leuk, maar soms ook heel frustrerend, bijvoorbeeld als je alles keurig hebt uitgezocht en op het laatst te horen krijgt: je had het ook zo en zo kunnen doen. Het was dus een zware opleiding en maar 20, 25 studenten van de 150 studeerden er na zo’n vijf jaar in 1991 af.
Je had toen net die periode van veel jeugdwerkloosheid, waardoor ik bijna een jaar heb moeten zoeken. Er werden opeens veel meer eisen aan nieuwkomers gesteld.
‘Het groene schoonheidsboek’, Yves Rocher
In 1992 begon ik als secretaresse van de marketingafdeling van Yves Rocher, mede dankzij m’n kennis van het Frans. Daar kreeg ik onder andere de verantwoordelijkheid voor ‘Het groene schoonheidsboek’, de catalogus van het bedrijf. Yves Rocher is een postorderbedrijf met een beperkt aantal winkels, en heeft een geheel eigen filosofie, verwant met The Body Shop. Uitgangspunt is dat met natuurlijke, plantaardige grondstoffen gewerkt wordt, ook vanuit het idee dat die bij mensen passen. Je kunt spreken van de Yves Rocher-vrouw, fris en natuurlijk. Het accent ligt op een natuurlijke verzorging van de huid en het haar, vandaar dat telkens terugkerende groen.
Het bedrijf is in feite ontstaan toen Yves Rocher van zijn oma in Bretagne aambeienzalf leerde maken. Die zalf bleek heel goed te helpen tegen ruwe handen, dus al die boeren daar gingen hun handen insmeren met die aambeienzalf. En het ging van mond tot mond: ‘Ruwe handen? Dan moet je ze daarmee insmeren, joh, dat helpt fantastisch.’ Mensen van ver weg stuurden brieven dat ze die zalf ook wilden hebben, en zo ontstond het postorderbedrijf.
Het Franse ‘boek’ kwam een jaar later altijd in alle andere vestigingslanden uit, en ik kreeg de taak alle teksten in het Nederlands te vertalen, elke zomer in een paar maanden tijd, na de jaarlijkse internationale vergadering in mei in Parijs, waar ik altijd heen ging. Er waren ook nieuwe-productvergaderingen die ik bijwoonde. Soms, als ik iets zelf niet afkreeg, zette ik werk uit bij vertalers. Er waren ook nog een kleinere versie van het ‘boek’ voor kleine klanten, en een winkelversie met een extra katern over alle schoonheidsbehandelingen die in de Yves Rocher-schoonheidssalons werden uitgevoerd.
Alle stukjes moesten in de kadertjes passen, en er ook mooi in staan (dus kort en bondig, woordgroepen bij elkaar, en allerlei andere aspecten die ook bij het ondertitelen spelen). Verder mochten er geen fouten in zitten, anders kon je er een heel jaar lang gezeur mee houden omdat de teksten in alle mailings werden hergebruikt. Ook alle advertenties in de Privé en de Story en andere bladen vielen later onder mijn werk.
Yves Rocher stelt zich op het standpunt dat je nooit kunt beweren dat je dierproefvrije producten levert. Er wordt namelijk gewerkt met grondstoffen waarbij je die garantie niet kunt geven. Wel zijn de eindproducten van Yves Rocher dierproefvrij, dus ze gaan producten niet meer op dieren uitproberen. Ze gebruiken plantencellen die hetzelfde reageren als huidcellen en ze werken met testpersonen.
Na zeven jaar wilde ik weg bij Yves Rocher: alles was routine geworden, er waren geen doorgroeimogelijkheden, Alkmaar-Soest was een lange dagelijkse rit, en een nieuwe chef was niet ideaal. Ik heb toen een jaar als vertegenwoordiger gewerkt bij Nouvelles Images, een Frans bedrijf dat kunstreproducties maakt in allerlei formaten, zeefdrukken met bijvoorbeeld achttien verschillende kleuren, echt mooi ook. Veel kilometers afgelegd en op provisiebasis veel geld verdiend, maar bepaalde kanten van het vertegenwoordigersvak liggen me niet: het geld verdienen door zoveel mogelijk te verkopen, al die technieken om mensen zelfs tegen hun zin toch te laten inkopen, wat dan zo gaat van: ‘Nee, deze kaart maar niet, die vind ik niet mooi.’ ‘Ja, maar dit is wel een hele leuke voor als mensen gaan trouwen of als je iemand wilt uitnodigen voor een etentje of zo.’ ‘Nou, doe dan toch maar twintig.’ Vreselijk vond ik het om me in die richting te ontwikkelen.
Najaar 1999: Broadcast Text
Ik las een advertentie van Broadcast Text Amsterdam in de Volkskrant. In Maastricht had ik al eens een advertentie van SIN gelezen en gedacht: dat lijkt me nou wel wat. Bij Broadcast Text werd ik door Wilma Zandbergen na een test aangenomen voor de opleiding, eerst nog zonder contract. Ik kwam in het begin één dag in de week oefenen, en zij begeleidde mij en de anderen in het nieuw ingerichte kantoor. We werkten aan ondertitelvertalingen voor SBS6, NET5 en Travel Channel, bijna alle dingen vond ik leuk om te doen, behalve Ricki Lake en dergelijke.
Spotten moesten we met dat cueboxje van Scan, dat was beeldgerichter werken dan in Nederland gebruikelijk en ook losser. Het was niet erg als de tussenruimte tussen de ondertitels niet altijd 3 frames was maar soms 2 of 4, zo werd namelijk bij het moederbedrijf in Zweden gewerkt. Later werden de richtlijnen strenger en Nederlandser, en omdat ik niet steeds commentaar op dat soort dingen wilde krijgen, ben ik toen met het shuttlekastje gaan spotten. Die cuebox heeft me dus aan de ene kant tijd gekost, maar aan de andere kant wel bewuster gemaakt van beeldwisselingen en dergelijke.
De begintijd bij Broadcast Text viel mij niet mee. Je moest alle ins en outs van het spotten leren, frames en seconden, beeldwissels, scènewissels, tussenframes, aansluiten en niet aansluiten, en tegelijkertijd vertalen en comprimeren. Je moest aan talloze kleine dingetjes denken en alles wat je deed moest je bewust doen omdat je het aan het leren was. Dan had je ook nog zaken als met cuebox spotten of met shuttlekastje, kritiek van de een die verschilde van kritiek van de ander - ik vond het heel veel en heel moeilijk en mijn leerperiode heeft ook vrij lang geduurd. Op een gegeven moment krijg je zelf wat vertrouwen en verander je je werkwijze niet meer bij elke kritische opmerking. Het is echt dat ik het zo graag wilde… Nu zijn al die dingen gesneden koek, ze gaan vanzelf. Als ik nu een eindredactieformulier krijg, kijk ik altijd van wie het is. Je weet zo’n beetje waar de verschillende redacteuren op letten en bent als het ware op ze ingespeeld.
Vertalers, eindredactie en samenwerking
Een van de redenen dat ik toch op tweehoog werk, is dat de scheiding eindredactie-vertalers zo voor mij wat minder groot wordt. Sinds we op twee verdiepingen werken, leek het wel of er twee kampen ontstonden: de vertalers en de eindredactie. Ik heb gemerkt dat ik daar moeite mee heb. Die ene dag op kantoor wil ik voeling met het hele bedrijf en alle collega’s hebben en niet in een kamp belanden. Misschien zou het beter zijn als er meer vertalersplekken tussen de eindredacteuren zouden zijn.
Als ondertitelaar tussen de eindredacteuren krijg je vanzelf een normale, natuurlijke uitwisseling: een eindredacteur vraagt daar net zo goed aan een vertaler hoe je dit of dat zegt. Het gekke is dat hoe verder je van de eindredactie af zit, hoe moeilijker het wordt om om te gaan met de kritiek of met het feit dat iemand jouw werk zit na te kijken. Er verschijnen trouwens vrij veel correctiefouten van de eindredactie in de uitzending. Ik snap heel goed dat ze ontstaan en hoe, maar voor vertalers zijn die weer moeilijk te verteren. Het is voor ondertitelaars en eindredacteuren onmogelijk om geen fouten te maken, en fouten horen er dus gewoon bij. Maar als iets echt niet goed is, is het veel prettiger als het gewoon even gezegd kan worden, en dat heb je weer sneller als je in dezelfde ruimte werkt.
Ik ben nog steeds tegen het geven van een cijfer. Iedereen heeft daar in het begin moeite mee en went er vervolgens aan, maar het blijft iets schools houden. Je komt het ook altijd tegen als je met andere mensen over je werk praat. ‘Goh, jij krijgt dus steeds een cijfer voor je werk?’ is de reactie vaak. Niet leuk dus. Ik geloof trouwens nooit dat ondertitelaars makkelijker worden als je met ‘goed’, ‘redelijk’ en ‘matig’ zou werken. Feedback is en blijft natuurlijk nodig en is voor elke vertaler ook belangrijk, want zonder zak je op den duur toch af. Ik vind het dan ook jammer dat we niet standaard een compare-file krijgen. Als er op een formulier staat: ‘prima, op wat kleine puntjes na’, dan wil ik weten wat die kleine puntjes waren, dan kan ik daar wat mee. Compare-files kunnen de spanning tussen eindredactie en vertalers verminderen, je hebt dan iets concreets om desgewenst over te praten.
Specialismen
Mijn twee specialismen in Maastricht waren ‘medisch’ en ’technisch-natuurwetenschappelijk’. En uiteraard heb ik veel ervaring met huidverzorging en make-up en het bijbehorende taaltje, bijvoorbeeld: crème trekt niet in de huid, dat klinkt ook niet, maar wordt door de huid opgenomen. Verder weet ik veel af van drank, met name whisky.
Teamgeest
Dat het besef van teamgeest tussen vertalers en eindredacteuren soms zoek is, vind ik heel jammer, het is juist zo belangrijk: je werkt per slot met z’n allen samen aan één, zo goed mogelijk eindproduct.
Vaste baan met vrijheid
Ik werk maar één dag op kantoor en verder thuis, wat me de ruimte laat om m’n dagen zelf in te delen en allerlei dingen te doen die anders door de kantoortijden niet zouden kunnen. Een reden was ook dat ik op kantoor gauw afgeleid ben, het kost me veel moeite om geconcentreerd te blijven werken als er in dezelfde ruimte gelachen of geroepen wordt of wat dan ook.
Whisky proeven en ruiken
Ik ga regelmatig naar whiskyproeverijen van ‘The Whisky Talker’. Daar krijg je soms heel bijzondere whisky’s te proeven. En er is altijd een heerlijk buffet. Tijdens het ’nosen’ en ’tasten’ van de whisky moet je een proefrapport invullen. De omschrijvingen van de kleur, geur, smaak en afdronk voor de vijf te proeven whisky’s worden gegeven. Je moet dan bepalen welke omschrijving bij welke whisky hoort. Goede antwoorden leveren punten op en wie ’t hoogste aantal punten haalt, krijgt aan ’t eind van de avond een flesje mee naar huis. Er zijn ook jaarprijzen voor de hoogste gemiddelden, en vorig jaar heb ik die eerste prijs gewonnen, een Bowmore van 30 jaar oud in een prachtige zwart-keramieken fles. Ook dit jaar doe ik weer mee.